De Boekenlijst van ‘Varias Vias’. Het thema is ditmaal Middeleeuwen en bekenden van ‘Varias Vias’

J. Drentje, Thorbecke, filosoof in de politiek, 2004
Proefschrift van Jan Drentje, een intellectuele biografie. Drentje meent, dat ook toen Thorbecke later in zijn leven de grote hervormer van het Nederlandse staatsbestel werd, diens Duitse filosofische vorming nog steeds een grote rol speelde. Hoe zagen Thorbeckes filosofische overtuigingen eruit? En hoe verhielden die zich tot zijn geleerde, juridische en politieke activiteiten?


N. Lettinck, Praten als Brugman, 2000
De uitdrukking praten als Brugman is ontleend aan het optreden van de Nederlandse volksprediker Jan Brugman (circa 1400-1473). Deze franciscaner monnik reisde in de vijftiende eeuw stad en land af om de mensen op te roepen een eenvoudig christelijk leven te leiden. In zijn gloedvolle preken sloot hij aan bij de belevingswereld van gewone mensen. Juist daarom was hij in zijn eigen tijd een gevierd man, maar werd hij in de geschiedschrijving al spoedig als een dweper of volksmenner afgeschilderd. Nico Lettinck plaatst de persoon Brugman in de context van zijn tijd. Hij beschrijft zowel de inhoud van Brugmans preken als zijn wereldbeeld, waarin het lijden een belangrijke plaats innam. Dit thema werd door Brugman voorbeeldig uitgewerkt in zijn levensschets van de heilige Lidwina van Schiedam. Een schets van de vaderlandse beeldvorming over Jan Brugman besluit dit boek.
N. Lettinck, Geschiedbeschouwing en beleving van de eigen tijd
in de eerste helft van de twaalfde eeuw, 1983

Proefschrift van Dr. N. Lettinck. Een uitermate boeiende studie, die duidelijk maakt dat het zinvol zal zijn als ook andere perioden en andere schrijvers op deze wijze onder de loep worden genomen.'Het Nederlandse Boek 127/4 (oktober 1984)‘In het door uitgeverij Verloren fraai uitgegeven boek komen Hugo, Guibert, Willem en Ordericus tot leven. Zij zijn geen abstract onderwerp van onderzoek gebleven, maar hun opvattingen worden in alle menselijkheid zichtbaar

B. Tuchman, De Waanzinnige veertiende eeuw, 2004
'Geen tijd was van nature waanzinniger dan deze tijd.' Schreef de negentiende-eeuwse Franse historicus Michelet over de veertiende eeuw. Het einde der tijden lijkt nabij: viermaal wordt het werelddeel getroffen door de Zwarte Dood. De koningen van Engeland en Frankrijk bestrijden elkaar tijdens de Honderdjarige Oorlog en roversbenden terroriseren de boerenbevolking. Maar het is ook een periode van culturele bloei, waarin de adel zijn heldendaden in ridderromans laat optekenen, de hoofse liefde in velerlei toonaarden wordt bezongen en waarin schrijvers als Boccaccio, Petrarca en Chaucer de grondslag leggen voor een grote literaire traditie. Met het leven van de Franse ridder Enguerrand VII van Coucy als concentratiepunt voert Tuchman de lezer door dit kleurrijke tijdperk en houdt zij onze tijd vanuit de verte een spiegel voor.

J. Le Goff, Cultuur van Middeleeuws Europa, 1984
De mediëvist Le Goff, door de pers 'de Paus van de Middeleeuwen', en door collega's liefkozend 'de veelvraathistoricus' genoemd, is een van de belangrijkste vertegenwoordigers en voortrekkers van de 'Nieuwe Geschiedenis', die het accent in het historisch onderzoek verlegde van politieke personen en gebeurtenissen naar onder meer mentaliteitsgeschiedenis en historische antropologie. Eenvoudig gezegd: hoe zag het leven van en voor 'gewone mensen' er uit?

M. Stoffers, De middeleeuwse ideeënwereld 1000-1300, 1994
Een verzameling essays over alle aspecten van het middeleeuwse wereldbeeld van de hand van specialisten in Nederland. Een goede start om ideeën op te doen en kennis te maken met de stand van zaken in het historisch onderzoek. Met een goede inleiding en specialistische hoofdstukken over godsbeeld, engelen en demonen, geografie, kosmologie, omgeving, samenleving en de omgang met taal en beelden.

G. Duby, De Kathedralenbouwers, 2005
In ‘De kathedralenbouwers’ beziet de beroemde mediëvist Georges Duby de ontwikkelingen in de middeleeuwse kunst in relatie tot de veranderde mentaliteit van de middeleeuwer. Duby voert zijn lezers langs Romaanse kloosters uit de tijd dat monniken het middelpunt van het culturele en geestelijke leven vormden, via de majestueuze kathedralen uit de gotiek, naar de profane veertiende-eeuwse paleizen.
De kathedralenbouwers, geschreven in een prachtige beeldende stijl, is een rijk cultuurhistorisch portret van de middeleeuwse maatschappij, 980-1420, en een indringend betoog over de complexe relatie tussen kunst en maatschappij.

J. Huizinga, Herfsttij der Middeleeuwen, 2004
Herfsttij der middeleeuwen is volgens de ondertitel een `Studie over levens- en gedachtevormen der 14de en 15de eeuw in Frankrijk en de Nederlanden'; Huizinga is daarbij geïnspireerd geweest door Jacob Burckhardts: Kultur der Renaissance in Italien. Huizinga's terrein is beperkter, maar zijn thematiek vertoont meer eenheid. Zijn werk wordt gedragen door de kerngedachte van `de zucht naar schoner leven', die in de cultuur der late me haar vervulling zoekt. Daarbij betrekt Huizinga ook de beeldende kunst in zijn cultuurmorfologische voorstelling. Het beter verstaan van de kunst der Van Eycks en hun tijdgenoten is zelfs uitgangspunt van zijn onderzoek geweest. Maar ook de vormen van het godsdienstige leven en denken vinden in Herfsttij een harmonieuze plaats.

De titel van het boek duidt erop dat Huizinga niet, zoals verschillende tijdgenoten, de Oudnederlandse kunst der 15de eeuw als een `aanbrekende noordelijke renaissance' wilde zien. De Frans-Bourgondische cultuur der late middeleeuwen was voor hem integendeel een overdadige ontplooiing in deels al verstarde vormen, een levensstijl, wel schoon maar ook vol illusie en holheid. Het werk is een klassiek voorbeeld geworden van uitbeelding van cultuur zoals Huizinga die verstond; cultuur als uitdrukking van droom en ideaal, cultuur als een spel van edele vormen. De esthetische benadering der cultuurgeschiedenis brengt mee dat in Herfsttij hof en aristocratie het volle licht krijgen, doch de burger en de boer in de schaduw blijven. Tegen het verwijt dat hem hierover werd gemaakt, heeft Huizinga zich verweerd met te zeggen, dat het zijn bedoeling niet was geweest een volledig Bourgondische cultuurgeschiedenis te schrijven. Het gekozen thema en zijn uitwerking echter weerspiegelen de richting die in zijn belangstelling domineerde.